Vrouwen en Politiek
Quiz politiek
Vrouwen Stem Wijzer
Tijdens de manifestatie Vrouwenpodium 2010-2020, georganiseerd door FNV, NVR en LOM met het oog op de Tweede Kamerverkiezingen op 9 juni 2010 werd door Vrouwenbelangen een politieke quiz gehouden met als titel Vrouwen-Stem-Wijzer .
naar vraag 1
naar vraag 2
naar vraag 3
naar vraag 4
naar vraag 5
naar vraag 6
Hieronder volgen de vragen en u kunt doorklikken naar de antwoorden, zodat u erover mee kunt denken. Wij sluiten niet uit dat er betere antwoorden mogelijk zijn. We willen in elk geval verder reiken dan stereotiepe verklaringen die in de afgelopen jaren niet tot structurele verbetering van de positie van vrouwen hebben geleid. We willen uitdagen tot het genereren van nieuwe ideeën om het ideaal van een geëmancipeerde, democratische samenleving dichterbij te brengen.
Mocht u willen reageren op deze quiz, dan graag rechtstreeks naar onze voorzitter,
mr. Leonie van Gils
Quiz-vragen
1. Aletta Jacobs was de eerste vrouw in Nederland die verzocht om inschrijving in het Kiezersregister. Dat was in 1883, en vergeefs.
vraag 1: Wanneer verwierven de vrouwen van Nederland het actief kiesrecht?
a. in 1906
b. in 1917
c. in 1919
2. Op 9 april 2010 deed de Hoge Raad uitspraak in de zogenaamde SGP-zaak. en besliste dat het VN-Vrouwenverdrag rechtstreekse werking heeft.
Dat betekent dat burgers zich op de regels van dat verdrag kunnen beroepen. en dat de Staat verplicht is er voor te zorgen dat vrouwen daadwerkelijk volwaardig aan politieke partijen kunnen deelnemen.
De Staat moet er dus voor zorgen dat vrouwen zich via de politieke partijen kandidaat kunnen stellen op kieslijsten.
De Staat heeft daarbij geen ruimte voor een eigen belangenafweging.
vraag 2: Welke van de volgende stellingen geeft het praktisch nut aan van deze uitspraak van de HR?
a. SGP-vrouwen moeten politiek actiever worden. juist / onjuist
b. Als SGP-vrouwen politiek actiever willen worden, zullen zij niet meer
gehinderd worden door het ‘vrouwenstandpunt' van de SGP.juist / onjuist
c. de Staat zal ook andere vormen van al dan niet bewuste discriminatie
binnen de politiek effectief moeten uitbannen. juist / onjuist
3. Het gemiddelde percentage vrouwen in Gemeenteraden is nauwelijks gewijzigd door de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2010. Vrouwen en mannen bezetten ongeveer 25 resp. 75 procent van de raadszetels.
vraag 3: Hoe noem je deze ongelijke stand van zaken?
a. ondervertegenwoordiging van vrouwen? ja / nee
b. oververtegenwoordiging van mannen? ja / nee
c. onvoldoende afspiegeling? ja / nee
d. indirecte discriminatie van vrouwen? ja / nee
4. In het kader van een voorgenomen wijziging van het kiesstelsel stelde het Kabinet Balkenende II het Burgerforum Kiesstelsel in met de opdracht te adviseren over het best mogelijke kiesstelsel voor Nederland. Tijdens publieksdebatten die het burgerforum organiseerde, werd onder meer de volgende stelling gebruikt als inleiding voor een discussie:
“Ik vind een goede afspiegeling van vrouwen, minderheden en jongeren in de Tweede Kamer . . ”
. . . . niet belangrijk . . . . wel belangrijk
vraag 4:
Is de opsomming functioneel? ja / nee
5. In een gemeente vertelt een fractievoorzitter aan een zojuist met voorkeursstemmen gekozen raadslid, dat niet zij, maar de nummer 2 van de kandidatenlijst (een man) een plaats krijgt in de Raad. Doorslaggevend voor het besluit is diens ervaring in de Raad.
vraag 5: Is dit
a. kiezersbedrog? ja / nee
b. directe discriminatie? ja / nee
c. indirecte discriminatie? ja / nee
6. Het gebruik van voorkeursstemmen is sinds 1948 gestegen van 3 à 4% tot meer dan 20%. Tweederde deel van de voorkeursstemmen wordt op vrouwen uitgebracht.
vraag 6 Wanneer of waarom breng je een stem uit op een vrouw op een onzekere of onverkiesbare plaats?
a. omdat je haar de beste kandidaat vindt . . .
b. omdat je een betere man/vrouw verhouding wenst in de Tweede Kamer . . .
c. omdat gelijke participatie een voorwaarde is voor gelijke invloed . . .
d. om een andere reden . . .
* * *